13. Ellendige Tijd: Bijlage
Terug naar Geschiedenis: [1938]
[1970]
Net zoals Loenhout, had buurgemeente Brecht in de 16de eeuw
veel te verduren, zoals moge blijken uit deze tekst van dhr. Jef Konings.
Dit document maakt geen deel uit van het werk "Geschiedenis
van Loenhout" van A.J. Van Aken. Ik vond het terug op deze
webstek.

Geschiedenis Brecht en omstreken 1550 - 1650
Tussen 1556 en 1648 woedde de tachtigjarig oorlog in
onze streken. Op het einde van de 16e eeuw (1550-1600) zijn het de
Spanjaarden die in onze streken heersen. Brecht is op dat ogenblik eigendom
van Antoon de Lalaing. Hij schaart zich bij de weerstanders tegen Spanje en
wordt in 1568 zodanig verwond te Linsmau dat hij sterft. Op dat ogenblik
vangen de Spanjaarden hun plunder- en strooptochten door de Kempen aan. In
Brecht ziet men zich genoodzaakt een wachter op de kerktoren te plaatsen en
de burgerwacht te versterken. Dit baat niet veel gezien volgens de
geschiedenis de kerk begin december 1575 met gans haar inboedel in de
vlammen opgaat.
Onbeschrijfelijk is het leed dat Brecht nu te verduren
krijgt. In de winter van 1578 worden tien Duitse vendels in de gemeente
ingekwartierd en plunderen gans de gemeente. Twee weken later komen ruiterij
en voetvolk zoeken of er nog wat te vinden is. De bevolking slaat op de
vlucht en enkelen durven pas in de lente terugkeren. In 1583 neemt
maarschalk de Biron met zijn torepne intrek te Brecht ; wat er van de
bevolking overblijft slaat opnieuw op de vlucht. Hierna volgen de troepen
van Parma (Italië), die al evenzeer plunderen. In augustus 1584 richten
benden muitende soldaten strooptochten in en omdat zij niets meer vinden in
de huizen, steken ze deze uit wraak in brand. Midden september van datzelfde
jaar komen er te Brecht 2400 ruiters toe, evenveel paarden, gevolgd door een
groot aantal vreemde vrouwen, kinderen en venters. De bevolking die niets
meer te geven heeft wordt doodgeslagen, doodgeschoten of verdronken. Het
waardevolle wordt medegenomen en het waardeloze verbrand. Gans de dorpskom,
zelfs het hoofdkwartier van de plunderaars, het hof van Pulle, bezit van de
heren Van der Noot, wordt platgebrand. Een schatting geeft ongeveer 2000
doden, plus nog ongeveer 1000 gestorvenen aan pest. Tot in 1589 blijft
Brecht ongeveer onbewoond. De toenmalige secretaris van de gemeente
verklaart dat hij bij zijn terugkeer niets meer vond dan bos, heide, onkruid
en dat ruïnes wolven en everzwijnen herbergen.
In 1586 legt Guillaume de Lalaing zijn eed van trouw
aan de Spaanse koning af, als opvolger van zijn zoon Antoon. Hem wacht te
taak Brecht opnieuw op te bouwen, maar reeds op 20 december 1590 zal zijn
zoon Antoon hem opvolgen, die huwt met Marie Margueritte de Berlaymont. Ook
nu komt er van de heropbouw niets terecht. Legerbende bivakkeren in 1594 en
1595 en roven en plunderen. In 1603 komen deze benden terug en ook ziekten
blijven de streek teisteren. Bij een plundering van Brecht in 1597 door de
Spanjaarden worden bij een 60-tal gezinnen graan, vee, klederen, eetwaren
tot klein huisgerief, gestolen.
Tot er plots een korte, meer rustige periode aanbreekt.
Antoon wordt op 6 februari 1614 opgevolgd door Charles de Lalaing, gehuwd
met Alexandrine de Pecque et de Wavrin. Het krijgsrumoer is nog niet bedaard
in die zin dat in 1628 de belegering van Bergen-op-Zoom plaats heeft en deze
van Breda in 1624-1625. Deze belegeringen brengen opnieuw krijgsvolk in
Brecht, dat de bevolking terroriseert en het dorp plundert, zodat de
inwoners opnieuw moeten vluchten.
Tussen 1648 en 1702 waren onze streken bezit van het
huis van Nassau, tussen 1702 en 1753 van Pruisen, tussen 1753 en 1794 van
Oostenrijk, tussen 1795 en 1814 van Frankrijk en tussen 1815 en 1830 van
Nederland. Het is slecht in 1830 dat België gesticht wordt en onafhankelijk
wordt.
Zeker de eerste eeuwen moet binnen een gemeente van
deze grote politiek weinig gezien geweest zijn. De moderne parochies werden
slechts vanaf ca.1600 opgericht.
Deze webstek wordt beheerd door
Mathias Van Aken.