1. Voorgeschiedenis der Kempen
Versie: [1938] [1970]
De oudste archieven van Loenhout dagtekenen van 1277.
Wil dat nu zeggen, dat er van onze gemeente niets gekend is uit vroegere
eeuwen? Oudheidskundigen, die hun navorsingen steunen op vaste gronden
beweren, dat er in veel vroegere tijden reeds min of meer beschaafde
volkeren huisden op de plaats, waar eens de gemeente Loenhout zou oprijzen.
Enige duizenden jaren voor Jezus Christus, tijdens het
zogenaamd Maaslands tijdvak, reikte de zee nog tot aan Leopoldsburg, zodat
de bodem hier bijna gans met water was bedekt. Het klimaat was heel warm.
Op de hoogten leefde de mens. Vele dieren, die thans niet meer bestaan,
zoals grote herten, leefden toen in dichte wouden op de moerassige grond. In
1905 werd het geraamte van een dezer dieren te Rijkevorsel gevonden.
Het Campaans tijdvak, dat hierop volgde, is gekenmerkt
door een langzame opheffing van de bodem naar het noordwesten, dit wil
zeggen, dat de zee zich uit de Kempen verwijderde. Het klimaat veranderde en
het werd veel kouder. Ook het dierenrijk onderging een totale wijziging. Het
was in deze periode, dat het reuzendier, de mammoet, zich in deze droog
gekomen streek schuil hield.
Tijdens het Moesteriaans tijdvak bleef het nog altijd
zeer koud. De mensen trokken zich terug in holen en spelonken. Het is zelfs
twijfelachtig of de Kempen destijds wel bewoond was. De neushoorn, met
gespleten neusvleugels, verbleef in de streek. De mammoet verdween, en het
rendier kwam te voorschijn. Dit laatste hield zijn verblijf in onze streek
tot aan de historische tijd.
Hierop volgde het Flandrisch tijdvak. Dieren zoals nu
nog aan de Pool leven, bevolkten onze streek tijdens deze zogenaamde
ijsperiode. De zee bezette opnieuw gans Vlaanderen en het noorden van de
provincie Antwerpen tot aan Mol. Een nieuw ras van volk van zeer grote
gestalte, met ronde koppen zoals de Mongolen, verscheen in de Kempenstreek.
Het Magdaleaans tijdvak brengt meer beschaving. Het
koude klimaat wordt milder. De mens van die tijd bouwt hutten in leem op
het platte land, en paalhuizen of meerhuisjes op moerassige grond. Denk
even aan de streek "Meerhuisjes" gelegen tussen Brecht en Wuustwezel en
Loenhout. Scheepjes, gemaakt van uitgeholde boomstammen, dienen om langs
rivieren de opkomende handel te bevorderen. Het is ook in deze periode, dat
de lijkverbranding zijn aanvang neemt. De as werd in stenen potten, urnen
genaamd, op gemeenschappelijke begraafplaatsen bijgezet. Zoals men weet,
werden op de hoogte van de Tommelberg verscheidene urnen gevonden, die men
nog in het Oudheidskundig museum van Brecht kan bewonderen. In 1875 werden
insgelijks prachtige urnen opgegraven in de Wachelbergen.
Meen nu niet, dat wij in het voorgaande slechts
handelen over een korte tijdsruimte. Wij herhalen nogmaals, dat de vijf
tijdvakken, die wij bondig beschreven, duizenden jaren duurden; dat wij,
slechts enige karakteristieken aanhaalden uit het vierde of quaternaire
tijdperk, een zeer lange tijdruimte, die reeds door drie zulke tijdperken
werd voorafgegaan. In vele geschiedenisboeken, wordt de voorhistorie, die
wij beschreven, verdeeld in stenen-, bronzen- en ijzeren tijdperken. Deze
indeling wordt zo genoemd niet alleen, omdat die stoffen in die tijd gekend
waren, maar vooral omdat de toenmalige wapens, zoals: messen, bijlen en
pijlpunten, onderscheidenlijk in genoemde tijdperken, uit die grondstoffen
vervaardigd werden.
Deze webstek wordt beheerd door
Mathias Van Aken.