13. Ellendige tijd
Versie: [1938] [1970]
Na het bloeiende tijdstip van het einde der XVe en het
begin der XVIe eeuw, volgt voor onze Kempische gemeenten een zeer ellendigen
tijd.
Na den dood van Keizer Karel V wilde zijn opvolger
Filip II veertien nieuwe bisdommen in de Nederlanden stichten. Dit zou
zeer groote geldsommen kosten, en de kloosters werden verplicht hiertoe bij
te dragen. Beducht voor de Spaansche Inquisitie, moesten de Heeren
toegeven en het edeldom geraakte verarmd. Daarenboven mislukte in deze jaren
den oogst; het volk kwam in de grootste armoede. Te Loenhout moest men geld
trachten te vinden om de arme menschen in het leven te houden; men moest
zemelen verzamelen voor het bakken van brood.
In 1566 kwam de Beeldenstorm; doch Loenhout, in
tegenstelling met omliggende dorpen, heeft hieronder weinig geleden.
In 1576 is de tijd zeer onrustig. Alle mannen tusschen
25 en 40 jaar moesten soldaat zijn. Elke inwoner moest om de vier
dagen de wacht optrekken met knevelstok of bus, voorzien van een half pond
poeder, zes looden kogels en voldoende lont. Telkens moest de bus éénmaal
afgevuurd worden, om te zien of zij in goeden staat bevond. Op den
toren werden elken nacht twee wakers geplaatst met lantaarn, die elk uur op
hun hoorn moesten blazen, en stormen als er onraad was. Aan de herbergiers
werd verboden, na negen uur 's avonds nog open te houden. Het was eveneens
verboden na dit uur nog te dansen of rumoer te maken, om de wacht toe te
laten goed toezicht te houden. Aanhoudend lagen vendelen soldaten in het
dorp. De gemeentekas geraakte uitgeput, zoodat men verplicht was leening op
leening aan te gaan. De gemeente had bovendien paarden en legerwagens te
leveren. Van de soldaten, die op het Kasteel van Hoogstraten lagen, had
Loenhout zeer veel te lijden. In 1578 voerden deze allerlei eetwaren
mede, benevens een aanzienlijk aantal lammeren, schapen, kalveren enz. Op
het Kasteel van Loenhout lagen troepen van Luitenant Scharenborch.
Al had Loenhout van den Prins van Parma een sauvegarde
(beschermbrief) bekomen, waardoor hij de gemeente onder zijn bescherming had
genomen, baatte het toch zeer weinig, want in de maanden October, November
en December 1579 moest het dorp 1837 Karolusgulden betalen aan de vrijheid
Hoogstraten. Paarden, koeien, schapen, koren en allerhande goederen werden
uit Loenhout ontvoerd, te zamen geschat op de waarde van 817 Karolusgulden.
Nu was de toestand onhoudbaar geworden. De inwoners
vluchtten op het slot, anderen in de kerk, en velen weken uit naar
Noord-Brabant.
In 1580 kwamen de Staatsche troepen, en een partij
krijgsvolk, onder kapitein Ridden, en bleef er bestendig gelegerd.
In 1581 werd het slot van Loenhout ingenomen door een
bende ruiters, genaamd "de groene Bende". Vele meubelen werden
verbrand, en de overige werden van het kasteel weggehaald. Verder
werden allerlei boeten opgelegd, zoals het leveren van 200 pond poeder en
100 pond lont.
In 1583 nam de graaf Mansfeld het Kasteel van Loenhout
in, en legde er een Spaansche bezetting. Van dit krijgsvolk had het dorp,
evenals de omliggende gemeenten, veel te verduren.
Toen de prins van Parma het beleg voor Antwerpen sloeg,
steeg de ellende ten top. Hoeven en schuren werden afgebrand, al het vee
werd weg gehaald, en zelfs geen menschenleven werd ontzien. Heel de
streek werd een onbewoonde wildernis, waar niets meer groeide dan doornen en
wild gewas, waar niets meer leefde dan wolven en ander wild gedierte.
Potten met geld, in dien tijd verborgen, worden soms nu nog in heggen en
kanten weergevonden.
---
Verwante koppelingen: