14. De Pest. - Herleving
Versie: [1938] [1970]
Een andere geesel komt de Loenhoutsche bevolking
teisteren. Tot overmaat van ongeluk doet, evenals in omliggende dorpen, de
pest haar intrede in onze gemeente. Hoe hachelijk het er toen uitzag, valt
moeilijk te beschrijven. Om uitbreiding dezer besmettelijke ziekte te
voorkomen, was het niet meer toegelaten vergaderingen of bruiloften te
houden. Hoe het in 1587 gesteld was, bewijst het feit, dat er van de 268
huisgezinnen, welke er in 1580 bestonden, dit jaar slechts 40 overbleven,
waarvan dan het ledental nog ten zeerste was gedund, en de overblijvende,
tot op het hemd uitgeschud, een onderkomen moesten zoeken in de kerk.
De kerk had ook zeer veel geleden in dien woedenden
storm. Al haar kunststukken, sieraden en schatten waren geroofd.
In 1589 was Loenhout omzeggens gansch verlaten; slechts
vreemde bandieten en soldaten roofden, wat er nog te vinden was.

Doch even zoo snel, als de onheilen in de laatste jaren
zich opstapelden, wist Loenhout uit den deerniswekkenden toestand, waarin de
beroerten het hadden gebracht, zich los te werken. Zelfs eerder dan zijn
buren, stond het uit de puinen op.
Waren er in 1587 nog pas enkele woningen - als er nog
waren - in 1595, dus slechts zes jaar later, waren er 106 nieuwe huizen, en
in hetzelfde jaar werd reeds een derde deel der bewerkte gronden weder
bebouwd.
De nieuwe klok in den toren, die men dit jaar deed
gieten, getuigt eveneens, dat de gemeente reeds herademde. De gevluchte
dorpsgenooten kwamen terug, en bebouwden de verwoeste streken.
Alhoewel de godsdienstoorlogen hadden opgehouden, toch
bleven er in de Noorderkempen sporen van het Calvinisme over, doch, onder de
regeering van Albrecht en Isabella werd het Protestantisme hier voor goed
uitgeroeid. Brussel bleef het bolwerk van het geloof, en de godsdienst der
Hervormers werd teruggedrongen tot op de grens van het oude keizerrijk.
In 1602, tijdens de Unie van Hoogstraten, kwamen op hun
beurt Nederlanders naar onze streken vluchten, en vele inwoners van Ginneken
en omstreken verbleven te Loenhout, tijdens het beleg van Breda.
Na het Twaalfjarig Bestand geraakte de haven van
Antwerpen in verval. Dit had grooten invloed op de bevolking der
Kempen. De korte bloei verviel wederom alras, om plaats te maken voor
armoedigen tijd, die in 1648 door de sluiting der Schelde nog veel erger
werd.
---
Verwante koppelingen: