16. Onze Gilden
Versie: [1938] [1970]
Wanneer de twee oudste gilden: deze van St Joris
(kruisboog) en van St Sebastiaan (handboog) gesticht werden, kan niemand met
zekerheid bepalen. In 1538 was er reeds spraak een altaar van St Joris
op te richten in de kerk. Wij mogen veronderstellen, dat die gilden ontstaan
zijn als vereenigingen van weerbare mannen, om de heerlijkheid en het dorp
te verdedigen. Stilaan was er van verdediging geen sprake meer, en er
bleven slechts de wapens en de oefeningen over.
Dat de gilden vroeger in hoog aanzien stonden, bewijzen
de eigendommen in landerijen, de zijden vlaggen, de wimpels, de zilveren
schilden, enz., en verder allerlei plichtplegingen, binnen en buiten de
kerk. Het is opvallend, dat de gildenakkers, eigendommen van de drie
zustergilden: kruisboog, handboog en bus, zoo dicht bij elkander gelegen
zijn. Het is meer dan waarschijnlijk dat deze oefenplaatsen door de
heerlijkheid van Loenhout geschonken werden aan de gilden, om in de eerste
tijden van hun bestaan als weermacht te dienen, wanneer deze werd
aangevallen. Oude formaliteiten, die nu nog vervuld worden bij
koningschietingen, enz., laten veronderstellen, dat de heeren in vroeger
eeuwen hun bijzondere bescherming aan de gilden verleenden.
Tot vóór ettelijke jaren bestond ook de gilde van St
Ambrosius of Biegilde.
De oude statuten en reglementen, die nog in het bezit
zijn van de gilden, wijzen er vooral op, dat de gildebroeders zich op
zedelijk en godsdienstig gebied bijzonder goed moesten gedragen. De oude
boeken, gehouden door de dekens, toonen ons aan, dat de leden vroeger, nog
meer dan thans, zich bijzonder onderscheiden hebben in bier te drinken.
Aan het hoofd der gilde stond een Hoofdman, met vier
Ouderlingen en verder een Deken, die jaarlijks verkozen werd. Vroeger
beteekende "Deken" een overheid, die tien schutters onder zijn bestuur had,
naar het woord Deca, of tien. De koning of keizer kwam in het bestuur
als voornaamste schutter.
Het St Sebastiaanaltaar in de kerk bevatte een
altaarstuk uit de Fransche school van David; daaronder vindt men fijn
beeldhouwwerk in Renaissance, uit den tijd van Frans I. Spijtig dat de verf
dit altaar op vele plaatsen ontsiert, vooral wat het prachtig beeldhouwwerk
betreft.
Het Sint Jorisaltaar dagteekent van 1661 en was van
Korinthische orde. Een ruiterbeeld van Sint Joris bekroont het altaar.
Het kostbaar albasten beeldje hebben wij in vroegere hoofdstukken besproken,
evenals het kunstvolle altaar van St Quirinus. Het vroeger St Quirinusaltaar
in de kerk bevatte als schilderij een kopij van de Kruisafdoening van
Rubens. Deze schilderij hangt thans nog in de kerk.
Het schijnt dat op de plaats, waar nu het altaar van St
Quirinus staat, in vroeger eeuwen een altaar gestaan heeft van St Niklaas.
Wij lezen, dat op 16 November 1506 de stichting tot stand kwam van een
wekelijksche mis op het altaar van den H. Nikolaas.
De biegilde of gilde van St Ambrosius vond het beeld
van haar patroonheilige op het koor van O.L. Vrouw, en de missen van haar
jaarlijksch teerfeest geschiedden insgelijks aan het altaar van genoemd
koor.
---