19. Tijdens de Fransche Revolutie

 

Vorige
Terug
Volgende

 

19. Tijdens de Fransche Revolutie

Versie: [1938] [1970]

Wat er elders gebeurde, waar de pastoors den eed van getrouwheid aan de Fransche Republiek niet aflegden, gebeurde hier eveneens.

Den 8 October 1797 werd de kerk gesloten en alle openbare eerediensten verboden.  De Eerwaarde Heer Jongelincx, pastoor, moest vluchten naar Holland.  Men verwittigde den pastoor nog juist op tijd, terwijl hij godsdienstles in de kerk gaf. Denzelfden dag werd reeds beslag gelegd op de pastorij.  Het schijnt echter, dat de Loenhoutenaars niet al te verdraagzaam waren in de zaak, want herhaaldelijk moesten de afgevaardigden der Republiek maatregelen treffen, om de kerk gesloten te houden en de inwoners te beletten zoogenaamde "witte missen" te doen. Door "witte missen" verstaat men, dat de inwoners vergaderden op zekere plaatsen of in de kerk, om enkel na te bootsen Mis te hooren, terwijl een priester op een andere plaats de Mis las. De Omwenteling roofde al wat zij kon meester worden in de kerken en kloosters, en de pastorijen werden niet gespaard. De pastorij kwam zelfs op den roepblok in 1798, om verkocht te worden. De goederen, toebehoorende aan de kerken en kloosters, werden aangeslagen.  Tijdens de Fransche Revolutie heeft onze kerk zeer veel geleden en zij diende zelfs enkelen tijd als paardenstal.

Wanneer men vóór eenige jaren, tijdens de schildering der kerk, de gestoelten van het koor wilde ontverven, ondervond men dat het eikenhout gansch ontsierd was door sabelhouwen.  Arduinstukken in de pilaren waren stuk geslagen en men heeft heel wat moeite gehad om dit alles bij te werken.

De kapel van St Quirinus, en wat wonderlijk is, de monumentale altaartafel hebben van de Revolutie niet geleden.  Voor de bevolking was het insgelijks een naren tijd, bijzonder tijdens den Boerenkrijg, die volgens aanduidingen ook in onze gemeente geheerscht heeft.

In 1800 werd de vervolging stil gelegd, de pastoors keerden terug en mochten, alhoewel niet in het openbaar, dan toch vreedzaam den godsdienst beoefenen.  In 1802 werd het Concordaat geteekend, dat de vrije uitoefening van den katholieken godsdienst mede bracht. In 1805 werd de vrede gesloten en de kerk werd bepaald geopend. In het jaar 1813 werd ook de pastorij teruggeschonken.

Intusschen was de uitgeweken pastoor, Eerw. Heer Jongelinckx, teruggekeerd en reeds in 1805 overleden. Wij vinden zijn grafzerk nog ingemetst in den muur van het halleken der kerk.

Wat door de Republiek was aangeslagen, en later aan afzonderlijken werd verkocht, draagt tot op heden den naam van "zwart goed".

Het kasteel van Loenhout, ook aangeslagen door de Franschen, werd bezet door de Franschen markies, en later beheerd door rentmeester Lambert.

De heerlijkheid van Popendonck, of wat er van overbleef, kwam in 1830 aan de heer Elsen, en het kasteel werd in 1849 verkocht aan den Weled. Heer Montens d'Oostenwijck.

Deze webstek wordt beheerd door Mathias Van Aken.

Terug | Voorwoord | 1. Voorgeschiedenis der Kempenstreek | 2. Eerste Geschiedenis van de streek | 3. Oorsprong van Loenhout | 4. Allerlei Frankische benamingen | 5. Naar meer Beschaving | 6. Loenhout tot den bloei der XVe E | 7. Bevolking en gezag | 8. Paalsteden | 9. Onze Kerk | 10. Joannes Stadius | 11. Het Slot van Loenhout | 12. De Pastorij | 13. Ellendige tijd | 14. De pest. - Herleving | 15. De kapel van St Quirinus | 16. Onze Gilden | 17. Het verbrand Hof | 18. Loenhout tijdens de XVIIIe eeuw | 19. Tijdens de Fransche Revolutie | 20. De Heeren van Loenhout | 21. Het Gemeentezegel | 22. Tijdens de XIXe eeuw | 23. De Pastoors van Loenhout | 24. Hedendaagsche Geschiedenis | 25. Geschiedenis van het Onderwijs | Slotwoord