24. 1940-1945 (1/3)
Versie: [1970]
A. Inval van het Duitse leger op 11 mei 1940
Vanaf 10 mei 1940 werd door het Belgisch leger alle
toegang tot de kerk verboden, daar elk ogenblik bevel verwacht werd dat de
reeds ondermijnde toren moest opgeblazen worden.
Op 11 mei 's middags te 1 uur vielen de eerste bommen
(acht in getal) op het Neerven, en om 8,30 h. 's avonds wierpen Duitse
vliegtuigen honderden brandbommen op de kom van de gemeente. De kerk, de
meisjesschool en zesentwintig woonhuizen met gans de inboedel gingen in
vlammen op. Het kerkgebouw werd een echte vuurpoel. Het brandend dak, dat
niet overkluisd was, viel op de kerkstoelen. Aan redding van meubilering was
niet te denken.
Rond 9 uur hoorde men achtereenvolgens drie grote
ontploffingen in de ondermijnde toren. Grote brokstukken spatten ver
uiteen. De opgaande muren van de kerk bleven staan, doch met vele barsten.
De grote klok gegoten in het jaar 1712 was gebarsten en deels gesmolten; de
kleine klok moet ingelijks gesmolten zijn; er werd niets van dit klokje
teruggevonden.
Op dinsdag 14 mei werd de kom van de gemeente door
artillerievuur van het Belgisch en Frans leger bestookt. Vele woningen en
vooral de daken werden fel gehavend. Ten gevolge van de lucht- en
artilleriebombardementen vonden vijf mensen de dood.
Twee inwoners zijn als soldaat bij het lager
gesneuveld: Adriaan Geerts en Adriaan Van Looveren.
Deze webstek wordt beheerd door
Mathias Van Aken.