3. Oorsprong van Loenhout
Versie: [1938] [1970]
Het schijnt dat Lonout (later Loenhout) zijn ontstaan
te danken heeft aan twee onderscheidene nederzettingen of kolonisatiën: de
eerste op het Heilaer, thans de gildenakkers nabij het Heiken en den Dijk;
de tweede op het Sneppelaer, nu eenvoudig Sneppel genoemd.
De Saalfranken zochten plaatsen op, gelegen tusschen
twee beken of rivieren, omdat zij geen tekort zouden hebben aan het
onmisbaar water. Zulke nederzetting besloeg van 10 tot 12 bunder
grond, verdeeld in drie akkers, waarvan elk jaar één akker braak bleef, als
gevolg van de onvruchtbaarheid van den grond. Verder was aan elke
kolonisatie een heide verbonden, om de kudde schapen te voeden. Van
ander hoornvee was er omzeggens geen spraak. De gemeenschappelijke
weide voor de schapen droeg den naam van "unsel". Het is wel mogelijk
dat de naam "Huffel" van het woord "unsel" voortkomt.

Bij elke kolonisatie of nederzetting, en wel op een
hoogte, ontwikkelde zich een driehoekige plaats met gemeenschappelijke
drinkput en drie uiteenlopende wegen. Vinden wij bij het Heilaer de
Dorpsplaats terug; het Sneppelaer heeft eveneens nog zijn Driehoek.
De nederzettingen Heilaer en Sneppelaer waren gelegen
ten Oosten van Wiezeloo (Wezel) op den rand van het Kolenwoud. Dit
groote bosch bestond voornamelijk uit bieke, beuke, berkenhout, of anders
gezegd uit eiken, beuken en berken. Hier ter plaatse nochtans zou een
ander soort hout overheerscht hebben, namelijk het orne- of lorrenhout.
Vermits alle plaatsnamen, eindigende op "hout" of "loo" voormalige wouden of
bosschen waren, oordeelen de oudheidkundigen, dat de naam onzer gemeente
voortkomt van orne- of lorrenhout, later Lonout en nu Loenhout.
Deze webstek wordt beheerd door
Mathias Van Aken.