4. Allerlei Frankische benamingen

 

Vorige
Terug
Volgende

 

4. Allerlei Frankische benamingen

Versie: [1938] [1970]

bullet

De benaming donk werd vroeger gegeven aan een plaats, gelegen op een hoogte en omgeven door een laagte: Donck, Popendonck.

bullet

Een laer was een tegenstelling van het voorgaande; het was een laagte, omgeven door een hoogte: De Laren, Engelaar.

bullet

Door meiren verstond men een moerassigen grond, gewoonlijk gelegen op de grens van een nederzetting of complex bebouwing, die den naam droeg van hoeve of sele.

bullet

Een goor was een plaats, die altijd onder water stond: Witgoor, Zwartgoor, Gooreind.

bullet

Een steertven was het uiteinde van een goor.

bullet

Door rijt verstond men een langwerpig ven.

bullet

Een meer lag hoger dan een goor.

bullet

Een schot was een heide of een weide, die als gemeenschapsgrond diende, even als een unsel, Heischot.

bullet

Een speelhof was een hof of vijver bij een kasteel gelegen.  Het was een hof van plezantie.  Oudere menschen weten nog te spreken van het speelhof, gelegen nabij de gildeakkers, en wellicht bij het kasteel, dat in vroegere eeuwen zou gestaan hebben op den hoogen akker ten Westen van het Speelhof en waar men hedendaags nog overblijfselen van grondvesten vindt.

bullet

Een broek was een moerassig of bedijkt land: Henxbroek, Overbroek enz.

bullet

Aa was de benaming van een beek of waterloop.

bullet

Hout of loo beteekende bosch.

bullet

Een schoor was een afsluiting.

bullet

Een voord was aan doorwaadbare plaats.

bullet

Door heerdgang verstond men gemeenschapsgronden onder waakzaamheid van eenzelfden herder.

bullet

Een katterstraat was een baan, langswaar de herder zijn schapen dreef naar den unsel, schot of heerdgang.

bullet

Een aard was het overschot van het gemeenschapsgoed, verdeeld onder de enkelingen.

bullet

Op een maal of maalberg vergaderde het korps, dat de rechtspraak deed.

bullet

Een schans was een schuiloord tegen vreemde invallen: Schansakker.

bullet

Op een galgenveld stond vroeger de galg, dienende om de slaven, die in ongenade bij de heeren gevallen waren, op te knoopen.

Melden wij terloops, dat de dorpen gevormd werden tusschen waters op halfhoogen grond, terwijl de steden veelal in de laagte zijn opgebouwd.  De beste gronden lagen niet bij het dorp, maar waren verder afgelegen.

De kasteelen, toebehoorende aan de Heeren, werden gebouwd in de laagte, nabij de grenzen van het dorp.  Tot in de XVIe eeuw waren de kasteelen roerende goederen.

Deze webstek wordt beheerd door Mathias Van Aken.
 

Thuis | Voorwoord | 1. Voorgeschiedenis der Kempenstreek | 2. Eerste Geschiedenis van de streek | 3. Oorsprong van Loenhout | 4. Allerlei Frankische benamingen | 5. Naar meer Beschaving | 6. Loenhout tot den bloei der XVe E | 7. Bevolking en gezag | 8. Paalsteden | 9. Onze Kerk | 10. Joannes Stadius | 11. Het Slot van Loenhout | 12. De Pastorij | 13. Ellendige tijd | 14. De pest. - Herleving | 15. De kapel van St Quirinus | 16. Onze Gilden | 17. Het verbrand Hof | 18. Loenhout tijdens de XVIIIe eeuw | 19. Tijdens de Fransche Revolutie | 20. De Heeren van Loenhout | 21. Het Gemeentezegel | 22. Tijdens de XIXe eeuw | 23. De Pastoors van Loenhout | 24. Hedendaagsche Geschiedenis | 25. Geschiedenis van het Onderwijs | Slotwoord