5. Naar meer beschaving
Versie: [1938] [1970]
Er is weinig te zeggen over de eerste bewoners, die de
bevolking der twee nederzettingen Heilaer en Sneppelaer vormden. We vinden
wel terug waar de drie akkers, heiden, schotten en schansen geweest zijn,
uit de plaatsnamen, die nu nog aan de streken en straten gegeven worden.
Het Oosteneind of Oosteinde van het dorp, geeft bijvoorbeeld, de juiste
ligging van de oude Dorpsplaats aan.
Al wat we kunnen zeggen over de eerste bewoners berust
bijna op veronderstellingen. Slechts van 1277 af kunnen wij steunen op
documenten en oude geschriften. Toch zullen wij, in verband met de
geschiedenis van Loenhout, de bijzonderste beschavingswerken aanduiden,
immers deze gelden zowel voor onze gemeente, als voor de omliggende dorpen.
Onze bewoners leefden volgens de Salische Wet,
geschreven in het jaar 450. Het christendom was nog niet tot hier
doorgedrongen; doch de Salische Wet was zeer streng ten opzichte van de
zeden; de hekserij werd streng gestraft. Akkerbouw, jacht en visvangst
stonden onder bijzondere bescherming van de wet. Alle misdrijven werden
door het Malum gestraft. Als bestuur trad op: de koning, of bemiddelaar
tussen de goden en het volk; de grafianus of graaf, die onder het dak van de
koning verbleef; de tongenus, die het maal voorzat; de honderdman, die
honderd soldaten onder zijn bevel had, enz. Behalve de edelen bestond het
volk uit slaven en vrijgemaakten.
Vanaf de 4° eeuw kwamen reeds monniken in onze streken;
zij brachten grote opbloei.
Tijdens de 6° eeuw kwamen reeds Benedictijnen. Na
Clovis' bekering noemen wij de H.H. Eligius, Amandus en Lambertus en verder
zendelingen van de Ierse Cyclus, zoals de H.H. Livinus, Columbanus, Dymphna,
Amelberga. De oprichting van vrouwenkloosters of "Nona" bracht zeer veel
bij tot de beschaving.
De H. Willibrordus (691-729) met zijn gezel, de H.
Bonifacius moeten wij aanzien als de voornaamste geloofspredikers in onze
streek. Willibrordusputtekens, die voor het Doopsel dienden, vinden wij nog
te Overbroek en elders. In de bekeringsperiode werden reeds vele kerken
toegewijd aan de H.H. Petrus en Paulus.
Tijdens de inval der Noormannen (9° eeuw) moesten de
bewoners van onze streek zich verschuilen in verschansingen of schansen
(schansakker).
Gedurende de Kruistochten (10° en 11° eeuw) kwamen
grote volksverhuizingen voor, wegens de overal heersende armoede.
In de 12° eeuw kwamen de Witheren te Tongerlo. Deze
vooral brachten de beschaving. Zij leerden behalve de godsdienst, ook een
nieuwe manier van boeren. Door hun bemiddeling ontstonden de eerste
ontginningen, en het was in de 12° en 13°eeuw, dat verscheidene Kempense
parochies, ook Loenhout, tot stand kwamen.
Deze webstek wordt beheerd door
Mathias Van Aken.